Interview Club Schrijven Magazine

10e jaargang nr. 1, april/mei 2006

‘Dit boek is een film’, schreef Bart Chabot. ‘Een echte page-turner’, beweerde Ronald Giphart. En Arie Storm wist in het Tros-radioprogramma Nieuwsshow niet van ophouden: er zijn heel wat debutanten die het met minder juichende media-aandacht moeten doen. Hans Hogenkamp daverde dan ook het literaire landschap binnen, toen begin 2006 zijn roman Excuses voor het ongemak verscheen. Louis Stiller sprak met hem.

Het begon allemaal met Edo Kleingeld, de hoofdpersoon van de roman: een vrijgezel die in het oude hart van Amsterdam woont, in het huis waar hij ooit met zijn moeder samenwoonde. "Ik had weleens onderdak verleend aan kennissen die een paar maanden over waren uit het buitenland, of wegens een stukgelopen relatie tijdelijk dakloos waren. Liever woonde ik alleen, maar de huur bedroeg inmiddels meer dan duizend euro per maand." Met die gedachten begint het verhaal, want Kleingeld krijgt een onverwachte nieuwe huurder: een illegale vrouw uit Sri Lanka, op malafide wijze door Kleingelds schoonmaker Bayya binnengesmokkeld. Daarmee rolt het verhaal vanzelf voort, want hoe komt deze naïeve jongeman van zijn illegale huurster af, zeker als hij erotische fantasieën voor haar begint te ontwikkelen?
"Omdat ik niet hou van zelfingenomen romanpersonages wilde ik een antiheld creëren die misschien niet altijd even sympathiek is, maar zich wel bewust is van zijn eigen zwaktes," zegt Hans Hogenkamp. "Ik had al enkele korte verhalen geschreven met een dergelijke hoofdpersoon, met de bedoeling bepaalde delen daarvan later in een roman te verwerken. De vonk voor dit verhaal kwam van een vriendin, die een tijdje onderdak heeft verleend aan de zus van haar schoonmaker. Dat is de situatie waarin Edo aan het begin van het boek verzeild raakt."

Anekdotes Vanaf dat moment liet Hogenkamp volgens eigen zeggen zijn fantasie de vrije loop en ging het schrijven vrij vlot. “Ik kon dus ook bepaalde fragmenten uit die korte verhalen hergebruiken. Acht maanden later had ik een eerste versie. Dat was medio 2004. Sindsdien zijn nog talloze versies gevolgd, maar is er niets wezenlijks aan het verhaal veranderd.”
Wat opvalt bij het lezen van Hogenkamps roman is dat, zoals Giphart ook al aangaf, de roman dwingt om door te lezen - iets wat behoorlijk knap is, en zeker voor een debutant. Wat is Hogenkamps geheim? “De verhaallijn moet natuurlijk voldoende nieuwsgierigheid wekken naar de afloop, maar het is denk ik ook belangrijk de vaart erin te houden. Geen al te lange hoofdstukken, geen al te lange scènes, zodat je het moment van verslappende aandacht altijd vóór bent.” Volgens Hogenkamp kan een anekdote daarbij goed werken. “Anekdotes hebben een slechte naam in de literatuur, omdat ze verondersteld worden niets toe te voegen aan de samenhang, en daar de facto dus afbreuk aan te doen. Zelf kan ik een goede anekdote in een roman altijd wel waarderen. Als lezer veer ik op bij een zin als ‘Dit deed me denken aan iets merkwaardigs dat ik een jaar eerder had meegemaakt...’ Ha, denk je dan, iets merkwaardigs, kom maar op! Natuurlijk moet je weten te doseren, maar een goede anekdote op zijn tijd houdt de lezer bij de les en de roman fris.”
Een andere opvallende eigenschap van Excuses voor het ongemak is dat het boek zeer eigentijds en werelds oogt: geen tobbende schrijversgedachten, maar een roman over illegalen, zinloos geweld, platvloers amusement en geestdodend werk. Hogenkamp: “De combinatie van ironie en actuele maatschappelijke thema’s is een heel bewuste keuze, die waarschijnlijk typerend zal blijven voor mijn schrijverschap.” Het fascineert Hogenkamp wat voor gevolgen deze dynamische moderne samenleving heeft voor individuen en hun onderlinge relaties. “Het is prachtig materiaal voor de literatuur en het verbaast me dan ook dat daar in romans en verhalen zo weinig mee wordt gedaan, zeker in Nederland. Veel werk van schrijvers van mijn eigen generatie maakt een tijdloze indruk of is ronduit archaïsch. Het lijkt wel of ze de grote schrijvers uit voorgaande generaties niet alleen wat betreft stijl, maar ook wat betreft sfeer proberen na te volgen.”

Champagne Hogenkamp zat op de schrijversvakschool in Amsterdam. “Je hoort vaak dat je schrijven niet kunt leren als je geen talent hebt, en dat is natuurlijk zo. Maar stel nu eens dat je wél talent hebt. Dan heb je ontzettend veel baat bij begeleiding door professionals, en dat is precies wat de schrijversvakschool te bieden heeft. Ik heb dankzij de opleiding veel tijdwinst geboekt, omdat ik anders veel meer tijd zou hebben verspild aan allerlei doodlopende wegen. Het was trouwens ook altijd erg gezellig.” Een van de andere voordelen van de school was dat de docenten vaak zelf connecties hebben met uitgeverijen. Zo ook in dit geval. Hogenkamps docent bracht het eerste contact met een redacteur van Nijgh & Van Ditmar tot stand. “Ook niet meer dan dat trouwens, maar daardoor kwam ik natuurlijk wel boven op de stapel terecht in plaats van onderop, zodat ook dit mij waarschijnlijk veel tijd heeft bespaard. Tien dagen nadat ik het manuscript had afgegeven op de uitgeverij, zat ik al aan de champagne omdat ik bericht had gekregen dat ze het graag wilden hebben. Daarna ging het overigens minder vlot, want dat was in december 2004, terwijl het boek uiteindelijk pas in januari 2006 in de winkel lag. Dit had te maken met de planning.”
Een van de mogelijke oorzaken van die vertraging was het feit dat Hogenkamps redacteur vertrok voordat hij echt aan de slag was gegaan met het manuscript. Uitgever Vic van de Reijt bemoeide zich daarna deels zelf met de redactie. Verder liet hij een aantal anderen, onder wie enkele Nijgh-auteurs, naar het manuscript laten kijken. “Het gevolg hiervan was dat de aandacht wat versnipperd raakte en het commentaar oppervlakkiger werd. Heel veel opmerkingen op zinsniveau dus, terwijl ik met niemand echt door kon zagen over de compositie en de structuur. Terwijl ik daar het meest onzeker over was. Wat de stijl betreft maakte ik me weinig zorgen.”
Waar Hogenkamp zeker niet over te klagen had was de uitgebreide media-aandacht. “Twee weken na verschijning was het boek al een keer of tien besproken, en als debutant mag je dan zeker niet klagen. Hoogtepunten waren Arie Storm die zich in zijn boekenrubriek op Radio 1 vijf minuten lang lovend uitliet over mijn boek en uitgebreide, positieve recensies in HP De Tijd en De Volkskrant. De recensies waren met name bevredigend omdat het mijn doel was een boek te schrijven dat vlot leest en amuseert en daarnaast literaire kwaliteit heeft. Als je dan van veel mensen die nooit een boek lezen hoort dat ze het humoristisch en spannend vinden en in één ruk uitlezen, en tegelijkertijd doordringt tot Cicero Keuze, de kleine selectie boeken die wordt aanbevolen door de literatuurredactie van De Volkskrant, dan sta ik mezelf toe te concluderen dat ik daarin ben geslaagd.”
Het viel Hogenkamp tussen al het gejuich wel op dat sommige recensies erg slordig waren geschreven of feitelijke onjuistheden bevatten. “Trouw had mijn naam verkeerd gespeld en de inhoud dusdanig verkeerd weergegeven, dat mijn uitgever zelfs met succes een rectificatie heeft gevraagd.”
Inmiddels is Hogenkamp bezig met een tweede roman. “Personages en plot voor liggen al vast, en ik heb ook al enkele scènes geschreven. Ik heb veel zin er verder aan te werken en denk dat het in potentie nog beter is dan het eerste boek.”

terug