Greenwheelsleed

Autodelen. Het lijkt geniaal. Wel altijd de beschikking over een auto, maar geen gedoe met onderhoud, verzekeringen en belastingen. Geen parkeerproblemen. En uiteindelijk, als je wat minder kilometers maakt dan minister Veerman, nog goedkoper uit ook. Maar als iets te mooi is om waar te zijn, is het dus niet waar. Of niet mooi. Of zowel niet mooi als niet waar. Dat laatste geldt voor een abonnement op Greenwheels.

Toegegeven: het ging ook een aantal keren wél goed. Thuis online een reservering plaatsen. Vervolgens met m’n pasje (in het irritant speelse Greenwheels-idioom een ‘Paspartoe’ geheten (inclusief spelfouten)) nog geen minuut wandelen naar het ‘uitgiftepunt’, daar met het pasje de kluis openen, een autosleutel pakken, de auto ontsluiten en wegrijden. En bij terugkomst alles in omgekeerde volgorde. Een mooi systeem, maar zoals in alle systemen is de mens de zwakke schakel. En schakels worden nog zwakker naarmate ze anoniem zijn ten opzichte van elkaar.

Om te beginnen brandt ALTIJD het rode lampje naast de benzinemeter, ten teken dat je slechts brandstof hebt voor tien of twintig kilometer. Volgens de officiële Greenwheels-richtlijn (in het irritant speelse Greenwheels-idioom een ‘spelregel’ geheten) moet je tanken als de tank voor minder dan een kwart gevuld is, maar alleen de gekke henkies, ofwel de beginnende Greenwheels-gebruikers, houden zich daaraan. De laatste keer dat ik tankte deed de tankpas het niet eens. Meewarig keek de pompbediende toe hoe ik het 0900-nummer van Greenwheels belde om raad te vragen. Of ik de zeventig euro van de volle tank dan maar wilde voorschieten, zo suggereerde de gapende callcentermedewerker. Na drie maanden te hebben gedreigd met ‘juridische stappen’, - al had ik geen idee hoe ik die had moeten zetten - heb ik dat geld wel teruggekregen, maar het tanken liet ik sindsdien aan mijn mede-Greenwheelers over. De sport was om de tank met slechts enkele druppels benzine terug te zetten op het uitgiftepunt. En moest ik wat verder weg, dan pakte ik telkens een andere sleutel uit de kluis, net zo lang tot ik een auto vond waar nog wél genoeg benzine in zat. Dat deed natuurlijk iedereen, vandaar altijd die lege tanks.

Een bekend verschijnsel: als iedereen verantwoordelijk is, is niemand verantwoordelijk. Meer nog dan hebzucht of de seksuele driften, brengt anonimiteit het laagste in mensen naar boven. Kennissen lieten een digitale camera liggen in het handschoenenkastje: nooit meer iets van vernomen. Een andere ‘spelregel’ stelt dat je de auto schoon moet achterlaten. Omdat zelfs de gekke henkies niet op zondagmorgen à 2 euro 50 per uur een Greenwheels huren, deze voor de eigen woning parkeren, het verlengsnoer van zolder halen en de deelauto eens lekker gaan stofzuigen, is deze spelregel misschien wel de ridicuulste van allemaal. En dus zit je in een Greenwheels steevast tot je enkels in de lege colablikjes, snoepverpakkingen, LIGA-kruimels, lege flesjes AA-drink, gebruikte condooms en sigarettenpeuken, want ook de spelregel van het rookverbod is een dode letter. Bij gebrek aan asbakken worden peuken met name uitgedrukt op de achterbank.

Was met bovenstaande ongemakken nog wel te leven, het werd pas serieus toen ik op een dag een Greenwheels-envelop op de mat vond met daarop de onheilspellende boodschap: BELANGRIJK: ONMIDDELLIJK OPENMAKEN. Wat bleek? Er was schade geconstateerd door iemand die na mij auto 76-PJ-NP had gebruikt, en omdat ik voorafgaand aan mijn rit geen schade had gemeld, luidde de onvermijdelijke conclusie dat ik de schade had veroorzaakt. Het eigen risico van 245 euro zou binnenkort van mijn rekening worden afgeschreven.

Goed. Na twee weken schuimbekken van woede kon ik de kracht opbrengen om te denken: oké, eigen schuld, ik had beter op moeten letten. Voortaan dus voor elke rit ieder krasje, hoe minuscuul ook, gemeld bij de ‘Greenwheels-infolijn’. Je moet dan wel kijken welke schade reeds eerder gemeld en geparafeerd is op het autoschadeformulier dat zich in de informatiemap bevindt. Probleem: ook hierin was ik niet de enige. Het formulier bevatte een waslijst van soms wel twintig grote en kleine schademeldingen. De lijst werd steeds langer, want van al die door Greenwheels geïnde eigen-risicobedragen werden kekke personeelsfeestjes georganiseerd, in ieder geval werden ze niet besteed aan het herstellen van de schades. Bij elk schadegeval stond een nummer, dat verwees naar corresponderende onderdelen op een verzameling tekeningen van voor-, zij-, en achteraanzicht van de auto. Soms liep ik wel twintig minuten te puzzelen met die kutlijst en al die kuttekeningen. In het donker was deze controle onmogelijk, dan zat er niets anders op dan gewoon te gaan rijden en er maar het beste van te hopen.

De bekende druppel kwam op een mooie voorjaarsdag. Er zat een forse deuk in het rechterportier, duidelijk eentje die nog niet genoteerd stond; er zat niets anders op dan het 0900-nummer te bellen waar het in no time compleet ver-UPC-iseerde bedrijf zich achter heeft verschanst. Na tien minuten in de wacht te hebben gestaan ben ik (belangrijke afspraak) in strijd met de spelregels toch maar vast gaan rijden. Het was een rit van twintig minuten, die ik aflegde met mijn mobiel illegaal aan het oor; toen ik aankwam stond ik nog steeds in de wacht. Toen ik eindelijk het walhalla van nog één wachtende voor mij had bereikt, werd de verbinding verbroken: beltegoed op. Opgewaardeerd met twintig euro, opnieuw gebeld, uiteraard moest ik weer achter in de wachtrij aansluiten. Toen ook die twintig euro weer op was, was ik nog steeds niet geholpen. Ik heb mijn mobieltje tegen de grond gesmeten, omstanders hebben me tegengehouden en plat laten spuiten toen ik met de krik uit het ‘servicepakket’ in de kofferbak dat rode Peugeotje met het felgroene Greenwheelslogo te lijf wilde gaan. Dezelfde dag nog, toen ik weer een beetje bij was gekomen, heb ik mijn abonnement opgezegd.

Maar Greenwheels had nog een laatste spelregel voor mij in petto: de opzegtermijn, dé manier om ontevreden klanten die weglopen nog een laatste keer in het gezicht te spugen. De opzegtermijn bedroeg maar liefst twee maanden. In een schriftelijke bevestiging stond dat Greenwheels mijn opzegging op 1 april had ontvangen, en mijn abonnement derhalve op 1 juli zou beëindigen. Ho, wacht even. 1 juli is niet twee maar dríe maanden na 1 april. Een vergissing dus, dacht ik. Maar nee. Het hele ons bekende heelal wordt geacht zich te gedragen conform de door Einstein en de quantummechanica geformuleerde natuurwetten, maar in het parallelle universum van Greenwheels is het twee maanden vóór 1 juni niet 1 april maar 31 maart. Dit bleek uit hun schriftelijke reactie dat naast de gratuite ‘excuses voor het ongemak’ ook een uitdraai van de spelregels bevatte met daarin onder andere, ik heb het niet nagezocht maar geloof ze op hun woord, ook de spelregel over de opzegtermijn. En dus zat er voor mij niets anders op dan te verzuchten dat ze mijn ten onrechte geïncasseerde centen kunnen steken in de bekende plaats vol behaaglijke, bruine warmte.

HH

terug